Beeldende geluidsinstallaties en vertellingen van intieme verhalen over een man, een vrouw en een kind.

 

 

«Ik stel me regelmatig de volgende vraag :

Hoe aangenaam zou het zijn als we af en toe ons hoofd in een boom kunnen stoppen, als we er onze geheimen kunnen influisteren, als die boom ons antwoorden geeft, als we er een plaats vinden om te filosoferen?

En wat zou het beteken als dat de normaalste zaak van de wereld is?» - Kurt Demey -

 

 

Steek je hoofd in een boom

iets wat je op een zondag doet

een rustige zondag

nadenken over jezelf

ongedwongen

 

De boom geeft je inzichten

toont je beelden

stelt je vragen

bewaart een geheim

 

Hij geeft je rust

de rust die je nodig hebt

 

Tegen een boom spreken

is spreken tegen jezelf

tegen je diepste ik

je eerlijkste ik

Teksten

 

 

Man

 

‘k Heb nog een geheimpje dat ik kwijt wil.

’t Is niet echt klein en het is ook niet echt van mij.

Maar ik mag het niemand vertellen. Enkel tegen mezelf dus.

M’n beste vriend vertelde mij zijn geheim ... en nu is het ook mijn geheim.

Vervelend, geheimen hebben die niet eens van jezelf zijn. Het is als een cadeau dat je moet bewaren zonder dat je weet wat erin zit. Dat gevoel.

Als het een fijn geheim is, bijvoorbeeld dat hij vader wordt, dan voelt dat geheim goed aan. Als een warme broeiende bol onder je ribben. Af en toe spuwt het zijn gloed in je aderen zodat je kriebels krijgt over je hele lichaam. Opgewonden ben je dan. Je bent mee in verwachting.

Je mag het niemand vertellen ... en dat geheim leeft in je lichaam als een beest dat zich nestelt in je buik. Het houdt je bezig.

Gek, want zijn geheim wordt toch ook een beetje jouw geheim.

Zou hij eigenlijk blij zijn als hij vader zou worden? En mag ik er dan van uitgaan dat zijn vrouw moeder wordt?

 

Doet er niet toe. Was dat het geheim maar. Zijn geheim gaat over iets anders. Het is geen warm geheim.  Geen geheim dat je een vol gevoel geeft. Het is één van die geheimen die je leegzuigt, die het warme bloed vanuit je aderen drinkt. Je wordt er bleek van. Het geeft je een koud en leeg gevoel wanneer het zich even onder je hersenpan nestelt. Als een sluipende gedachte zit het daar in je hoofd. Je raakt het niet kwijt. Je kan het enkel tegen jezelf vertellen. Het is een geheim.

 

M’n vriend is ziek. Misschien ongeneeslijk. Hij moet nog enkele testen ondergaan. Tot dan mag niemand zich ongerust maken. Niemand mag het weten, enkel ik.

Waarom? Omdat ik zijn vriend ben.

 

Ik kan niets voor hem doen. Enkel zijn geheim bewaren.

Maar doe ik dat goed? Zou er nog een andere reden zijn waarom hij enkel met mij sprak? Kan ik nog iets anders voor hem doen?

Hopelijk is het minder erg dan we denken. We moeten wachten.

Wachten met een gemeen beest in onze buik dat knaagt. Iedereen die het ziet, wordt gebeten. Een giftige beet ... koud bloed ...

Daarom houden we het stil.

Stil.

Stil.

Muisstil.

 

Geen geluid

enkel het gezoem in m’n hoofd.

Een voortdurend gezoem

om gek van te worden.

 

 

Vrouw

 

Dinsdag ochtend was ik op de markt, olijven kopen.

Ik weet niet wat ik ervan moet denken, maar ... er hing een aparte sfeer tussen mij en die olijvenverkoper.

Toen we elkaar aankeken leek het alsof we elkaar kende, alsof we verhalen hadden over elkaar.

Hij gaf me een olijf te proeven, keek me strak aan, plaatste de groene olijf tegen zijn mond en zoog die naar binnen. Een druppel olie bleef op zijn lippen glinsteren. Met het puntje van zijn tong rolde hij die in zijn mond.

Er verschenen kuiltjes in zijn wangen.

Glimlachend gaf hij me nog een olijf, drukte die tegen mijn mond. Ik zoog ze naar binnen, krulde mijn lippen alsof ik ze stiftte en glimlachte met glinsterende mond terug.

Dit beeld zit al een week in mijn hoofd.

Wat moet ik er mee?

Zie ik hem terug?       Liever niet.

Vertel ik het mijn man?         Liever niet.

Hij kan het moment nooit snappen.

Mijn vriendinnen zullen dingen zien die er niet zijn.

Ik hou het als een klein geheimpje, een filmpje, een momentje voor mezelf.

 

Weet je, ik hou van mijn man.

Maar, is hij de enige echte waar ik op wachtte?

Nee, hij is dat geworden.

Is hij mijn verlangen, mijn droom?

Hij is mij werkelijkheid. Hij is de werkelijkheid waar naar ik verlangde en waarvan ik droomde.

Het is zo gegroeid, we hebben er aan gebouwd.

Langs de ene kant is het magisch, langs de andere kant is het zo normaal als een dak boven ons hoofd.

Ik zou me geen leven zonder hem kunnen voorstellen. Een leven zonder hem zou een ander leven zijn.

 

Enkel in m’n dromen durven m’n fantasieën een loopje met me te nemen.

Gisteren avond viel ik in slaap op de bank in de tuin. Het dovende zonnetje op m’n gezicht.

Ik stond naakt aan de oever van het kanaal. M’n hoofd naar boven gericht. De warmte van de zon in me opnemend. Voor me stapelden grijze wolken op. Krekels zongen vrolijk. Een lichte wind stak op, streelde mijn lichaam.

Ik bleef stokstijf staan, het gezicht naar boven gericht. In de verte kraakte wolken hevige donders uit. Het licht werd donkerder, ik hield mijn ogen gesloten.

De wind omarmde mijn lichaam, streelde me, speelde met me. Steeds harder, steeds heviger.

Thor, de god van het onweer, bespeelde me.

M’n haren waaide naar achteren. Windstoten.

De eerste regendruppel raakten plagerig mijn lichaam, kietelend. Maar niet voor lang.  Algauw viel de neerslag met bakken naar beneden.

Ik werd gemasseerd.

Toen ik m’n ogen opende, lag ik op de grond.

 

Ja, ik heb hem terug gezien;

Vormen, bewegingen die ik niet vergeten was.

Toeval,

Neen. ‘k Geloof van niet.

Als een schim bewegend op het plein.

Pas als ik zijn lach zag

wist ik zeker dat hij het was.

We hebben een glaasje gedronken.

Neen, ik heb niet in zijn ogen gekeken.

Niet nog eens.

 

Het voelt alsof ik al jaren naar iets verlang, wat er nu eindelijk doorkomt. Het voelt alsof ik nooit de ruimte heb gehad. Ik heb de weg gevonden. Pril, vol met angsten. Maar toch zelfzeker. Ik ben op pad gegaan in een wereld die voor kort alleen van binnen bestond.

 

Zijn woorden voelden zacht aan

maar waren gevuld met een gif

die m’n dromen omvormden in leugens.

Leugens die eenvoudig in m’n geest ontkiemden.

 

Is schoonheid een gave?

Neen,

een verdoving denk ik.

 

 

Jongetje

 

Eigenlijk ben ik heel blij vandaag. En weet je waarom? Omdat het vandaag een stille dag was. We hebben geen meisjes geplaagd.

 

Er is een nieuw meisje gekomen. Ze heet Magali. Ik vind ze leuk.

 

Ik zal je nog iets vertellen. Zoals altijd was iedereen vandaag zijn eigen zinnetje aan het doen. Opeens riep Pieter: “Kijk daar een vogeltje”. Iedereen ging in een kring staan. Magali was er ook bij. Dat vogeltje kon niet vliegen want het was een jong vogeltje. Roel probeerde het vogeltje te pakken en zette het op het gras. Iedereen liep er achter aan. Roel en Pieter zeiden dat iedereen weg moest gaan en dat ze het vogeltje rustig alleen moesten laten.

Het vogeltje wipte rustig weg.

 

Weet je wat ook leuk was. Een paar dagen geleden zijn we naar de markt geweest. Er was een kraam met echte katapulten. Pieter en ik hebben er een gekregen van mama. Nu kunnen we propjes schieten op blikjes. We kregen ook gratis olijven bij het olijvenkraam.

Echt leuk.

 

Pieter heeft een hond Geisha. Mooie naam hé. We hebben een grote lange stok in het water gegooid en ja hoor Geisha heeft hem er uit gehaald.

Ik hoop dat we nog veel met de hond gaan wandelen.

 

Pieter en ik, wij hebben ons vandaag bepaalde dingen afgevraagd.

Bijvoorbeeld, als ik zeg; dit is groen en Pieter zegt dat ook, ziet hij dan echt groen of ziet hij bijvoorbeeld rood en noemt hij dat groen omdat hij dat zo geleerd heeft en omdat hij dat altijd al groen noemde. Snap je?

Zien wij allemaal dezelfde kleuren of zien wij verschillende kleuren maar geven we ze namen zodat we toch denken dat we hetzelfde zien.

Want volgens mij kan het dat Pieter iets helemaal anders ziet en dat we toch hetzelfde zeggen.

 

We hadden het ook over moleculen.

Atomen die rond een kern vliegen, gelijk planeten rond de zon.

We vroegen ons af of er geen wezens leven op atomen die wij niet kunnen zien omdat ze zo klein zijn. Want atomen zien er uit als planeten onder de microscoop, denken we.

En misschien is de aarde ook een atoom, maar dan een hele grote en is de zon onze kern. Misschien is ons zonnestelsel een kleinstukje van, bijvoorbeeld, een reusachtige tandenborstel.

En als het allergrootste gelijk is aan het allerkleinste, dan stopt het nooit. Dan is het oneindig, zegt papa.

 

Pieter en ik zijn op onderzoek uitgegaan. Dat was heel tof.

We hebben het aan vele mensen gevraagd. Iedereen vond dat wij moeilijke vragen stelden. Enkel Ben vond het leuk. Die zij dat wij goede filosofen zullen worden.

Hij stelde ons ook een moeilijke vraag.

Hij vroeg of we enkel kunnen zijn of enkel kunnen worden.

Die vraag snapte we niet goed. Maar Pieter en ik denken dat het alle twee kan. Je kan bijvoorbeeld piloot zijn en je kan piloot worden.

 

Maar wat gebeurt er als je dood bent. Stopt het dan of niet?

Je kan dan geen piloot meer zijn of worden.

Dan ben je dood en wordt je een engel.

 

Ik hoop dat ik Magali morgen terug zie. Dan kan ik het haar ook vragen. Volgens mij vindt zij dat geen stomme vraag.

 

Morgen mag ik enkele vrienden mee naar huis nemen. Ik organiseer een fuif. Mijn vrienden hebben al een zelfgemaakte uitnodiging van mij gekregen.

We mogen frisdrank en chips mee naar de speelzolder nemen en muziek draaien. Dat wordt tof. Misschien gaan we dansen op de muziek.

Annie de poetsvrouw is er vandaag. Dat is fijn want dan is alles proper wanneer mijn vrienden komen. Ik ga ze ook mijn slaapkamer laten zien denk ik.